Geef omschakel-boer houvast en gereedschap

Het Agrodebat 2018 van twee weken geleden verdient een vervolg. Wat mij betreft ergens rond de zomer. Met als thema 'hoe gaan individuele boeren binnen heldere, maar ook beperkende kaders een goede boterham verdienen aan de hoge agro-ambities van de BV Nederland'.

Want in de huidige turbulente wereld hunkeren boeren – om het even in welke sector – naar houvast op dat vlak. Ze voelen zich bekneld tussen het mantra ‘de wereld voeden’ – wat hun overigens vaak een karig belegde boterham oplevert – en de landelijke/regionale politiek die boeren onder druk van de samenleving (dierenwelzijn, milieu, volksgezondheid) steeds sterkere restricties in hun bedrijfsvoering oplegt.

Export-plus?

Voor die boeren is een agrodebat met als leidraad ‘de rol van Nederland in een dynamisch internationaal speelveld’ een ver-van-mijn-bed-show. Natuurlijk, voor hun broodwinning is de Nederlandse handelspositie belangrijk, hun producten moeten immers aan de man worden gebracht. Maar wat heb je er als primaire producent aan als dat met minimale marges of zelfs verlies gepaard gaat en je bovendien weet dat jouw bedrijf aan steeds scherpere duurzaamheidseisen moet voldoen. Waar krijg je op de wereldmarkt de kosten terugverdiend die daarmee gepaard gaan?

Nederlandse melkveehouder. Foto: Pixabay.

Dezelfde boeren krabben zich ook achter de oren als wordt aangeven dat de internationale toekomst van de Nederlandse agrofood in ‘export plus’ ligt, zoals Petra Berkhout (senior scientist Wageningen Economic Research) het tijdens het Agrodebat typeerde.

Wat dat is, export plus? Nadruk op de uitvoer van Nederlandse (innovatie)kennis en producten met extra toegevoegde waarde, waardoor meer omzet wordt gegenereerd. Kan niemand op tegen zijn, maar wat vorige week ontbrak was een toelichting hoe Nederlandse boeren – vanuit de klem die ze ervaren – de omslag van niet-onderscheidende bulk naar ‘export plus’ kunnen maken.

Zoektocht is verrekte moeilijk

Terwijl boeren in Brabant verlangen naar een duidelijk perspectief. Steeds meer beseffen zij dat op dezelfde manier doorgaan een doodlopende weg is. Het zal anders moeten; duurzamer, onderscheidender. Hoe dat unique selling point in te vullen blijkt echter een enorme opgave.
Zo lijkt de export van kennis in eerste aanleg niet zozeer hun portemonnee maar die van kennisinstellingen en technologische bedrijven te spekken. En het omkatten van je bedrijfs-dna is een competentie die niet iedere boer-ondernemer gegeven is.

Foto: Pixabay

De afgelopen week zaten we bij drie boeren aan de keukentafel. Allen zochten ze een andere bedrijfsvoering, geheel in lijn met wat de samenleving (en de politiek) van hen vraag. Maar de drie stelden ook unaniem die zoektocht “zo verrekte moeilijk te vinden, zeker als je het al 20 tot 30 jaar op een bepaalde manier hebt gedaan”.

Een van hen benadrukte werkelijk voor alles open te staan. “Moet ik m’n koeien inruilen voor sprinkhanen, prima. Iets anders mag ook overigens.” Dit kenmerkt de mentale staat waarin veel boeren zich bevinden: een flipperkast. Vanuit die voelbare dreiging grijpen de meest ondernemende types elk nieuw perspectief aan voor een florissantere toekomst. Om na een paar weken te constateren geen stap verder te zijn gekomen, want waar te beginnen?

Op een nieuwe manier kijken

In Brabant wordt hard gewerkt om boeren de handvatten aan te reiken waardoor ze wel stappen kunnen zetten. Onder andere via de Landbouw Innovatie Campus en het Ondersteuningsnetwerk dat momenteel wordt opgebouwd. Daarbij geldt de transitiebehoefte van de individuele boer consequent als vertrekpunt voor verdere acties. Binnenkort organiseren we de bijeenkomst Eat This!, waarin we boeren inspireren met verschillen manieren van omschakelen.

Door te sparren, uit te dagen, door te vragen op werkelijke ambities en drijfveren, en daarbij ook bewust vaardigheden van buiten de sector te betrekken leren boeren op een nieuwe manier naar hun situatie te kijken. Juist dat inzicht opent mogelijk de weg naar een business-model dat ze eerder niet voor mogelijk hielden.

Graag praten we met anderen, binnen en buiten de sector, verder door over deze aanpak. Bijvoorbeeld tijdens een verdieping op het agrodebat, waarbij we de uitdagingen van de primaire sector en in het bijzonder de individuele boer centraal stellen. Politici, bestuurders (inclusief de minister met haar wortels op een Brabants boerenerf), belangenbehartigers, adviseurs en vooral boeren heten we van harte welkom. Zodat vooral de boer een zet in de rug krijgt.

Deel je suggestie

Een eerste lijntje is inmiddels gelegd, met Wageningen Economic Research, de organisator van het jaarlijkse agrodebat in Rotterdam. We treffen elkaar binnenkort om de mogelijkheden verder te verkennen. Ondertussen mag je ons aansporen om dit idee op de agenda te houden. Door een blijk van instemming of door suggesties te doen wat tijdens het debat beslist niet mag ontbreken. Je kunt dat doen door hieronder een reactie achter te laten, of via een mail naar Wim Coenraadts. Wat mij betreft, tot binnenkort!

 

Biopic-Wim-Coenraadts-01 Wim Coenraadts

wim@foodupbrabant.nl

06 51 24 57 34

Public relations & marketing, strategie & positionering, nieuwe bedrijvigheid

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *