Foodgame Brabant

Grip krijgen op de voedseltoekomst aan de hand van een spel: dat is het doel van Foodgame Brabant. Aan de hand van vier mogelijke scenario's proberen we de toekomst te ervaren en te verklaren, om op deze manier te komen tot een circulaire economie en meer banen in de toekomst.

Lees meer

Het idee van een serious foodgame slaat aan: de community groeit, net als de inhoud van de game zelf. Studenten van verschillende scholen en opleidingen helpen de game verder te ontwikkelen. Met dit jaar als doel o.a. spelen tijdens de Social Innovations Days in september in Tilburg en de Dutch Design Week in oktober in Eindhoven.

FoodUp! is samen met Geodan en de gemeente Oss mede initiatiefnemer en trekker van dit project. Marcel Webster (FoodUp! Brabant), Theo Thewessen (Lectoraat Location Intelligence van HAS Hogeschool), Cindy Hagenstein (gemeente Oss) en Paul van Zoggel (Geodan) ondersteunen de studenten om de game daadwerkelijk te realiseren.

 

Biopic-Marcel-Webster-01 Marcel Webster

mwebster@brabant.nl

06 55 68 69 67

Communicatie & strategie, onderwijs (Foodlabbrabant), trends, sociale innovatie

 

Sluiten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


  • Foodgame: mensen willen grip en zeggenschap over hun eten

    In 2040 hebben we veel meer grip en zeggenschap over ons voedsel, als het aan bezoekers van de Dutch Design Week ligt. De meerderheid wil dat onze dagelijkse kost veelal uit de buurt komt, van plekken die we kennen en vertrouwen. Zodat we weten dat het deugt; onze groenten, fruit, zuivel en vlees zijn vers, geen onderwerp van voedselaffaires en goed voor lijf en leden. De producten die van elders in de wereld worden aangevoerd dienen aan dezelfde maatstaven te voldoen. Het hele voedselsysteem is ingericht op de uitgangspunten vers, gezond, herkenbaar, traceerbaar en betrouwbaar.

    Deze aspecten kwamen het sterkst naar voren bij de circa 3.000 bezoekers die tijdens de laatste Dutch Design Week de Foodgame hebben gespeeld. Aan de hand van drie verschillende toekomstscenario’s vormden de deelnemers zich spelenderwijs een beeld van hun voedselsituatie over twintig jaar.

    De spelers bepaalden aan de hand van verschillende stellingen de voorkeur voor een scenario: zelfvoorzienend, efficiënt of geautomatiseerd. Aan het eind mochten ze als beloning een hapje ‘uit de muur’ trekken dat paste bij dat scenario: een shake voor de geautomatiseerde regio (de vorm van voedsel is minder van belang, gemak is belangrijk), een granolareep (zelfvoorzienend, lokaal geproduceerd) en een zeewierchipje (uit Azië, want we produceren voedsel daar waar dat het meest efficiënt kan).

    Zelfvoorzienend is herkenbaar

    Dat in 10 dagen tijd zoveel mensen de FoodGame bezochten is een mooi resultaat, vinden Marcel Webster en Wim Coenraadts van FoodUp! Brabant. Verreweg de meeste mensen kozen voor een zelfvoorzienend scenario, met dank aan de 40-plussers. Twintigers en dertigers kozen ook voor de efficiënte regio en in iets mindere mate de geautomatiseerde toekomstvariant.

    Met je huisgenoten de FoodGame spelen levert dit gezin 3 verschillende scenario’s op.

    Marcel en Wim zijn niet verbaasd. “Maar we denken niet dat we hieruit kunnen concluderen dat we zelfvoorzienend moeten worden. Dat scenario ligt voor mensen kennelijk het meest bij de kernwaarden die zij aan voedsel verbinden: de versheid van producten, de authenticiteit. Mensen vinden die zaken heel belangrijk. Voor veel spelers is daarentegen de geautomatiseerde toekomstvariant het minst goed voorstelbaar, behalve misschien voor jongeren. Die vinden in hun leven hightech heel erg vanzelfsprekend. Zo kwamen zes studenten van een groepje van acht uit op dit scenario.”

    Niet zwart-wit

    Vrijwel iedereen was enthousiast over het spel, maar vond het ook moeilijk om één scenario te kiezen. Misschien bestaan de drie scenario’s straks ook wel gewoon naast elkaar. “Niemand wil de hele winter alleen maar kolen en bieten eten. En de technologie zal zich blijven ontwikkelen. Wie weet telen we over tien jaar Brabantse bananen, in een klimaatneutrale kas met verrood licht en voedingsschema’s die elk plantje in elke groeifase exact het juiste geeft. De kunst is om dat zo te doen dat het zoveel mogelijk duurzaam en circulair is.”

    Behalve duizenden bezoekers kwamen er ook een groot aantal verzoeken: kunnen we die FoodGame niet een keer lenen voor onze school/ons stadhuis/ons kantoor? Je gaat hem dus ongetwijfeld binnenkort nog een keer elders tegenkomen.

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • De toekomst van ons voedsel

    Hoe verbouwen, verwerken en eten we over dik twintig jaar ons voedsel. Zijn we er dan in geslaagd het systeem volledig circulair in te richten, of functioneert het nog op dezelfde manier als nu? En waar halen we ons eten vandaan; uit Oss of helemaal uit Osaka?

    Blijft het avondeten het belangrijkste eetmoment dat je deelt met gezin of vrienden, of omarmen we massaal shakes en repen omdat het zo lekker snel weg hapt?

    Allemaal toekomstbeelden die in 2040 zo maar waar kunnen zijn. Maar een voorstelling van zo’n scenario is slechts de helft van het verhaal. Zeker zo belangrijk is wat de consequenties zijn van een scenario. Wat betekent dat voor de inrichting van het buitengebied. Steeds grotere maar ook duurzame bedrijven of een herpositionering van het familiebedrijf.

    Blik op de toekomst door game

    FoodUp! Brabant onderzoekt met de Gemeente Oss, Geodan en Growing a Spacestation hoe zakelijke beslissers en bestuurders in een serious game met die vele scenario’s kunnen experimenteren. Zodat echt kunnen ervaren wat de keuze voor een toekomstbeeld betekent. Daarop vooruitlopend ontwikkelden Berber Galema en Larisse Blok van de Smakerij een interactieve opstelling die de wisselwerking tussen trends en toekomstige realiteit laat zien. Deze opstelling is op de komende Dutch Design Week (21 – 29 oktober) voor het eerste te zien.

    Bezoekers kunnen in de opstelling in drie werelden stappen: zelfvoorzienend, geautomatiseerd en effectief. Aan de hand van stellingen komen ze er spelenderwijs achter welk scenario het meest aanspreekt. De opstelling bestaat uit een groot speeltapijt van 4,5 meter doorsnede met in het midden een pilaar. Elke speler ontvangt een muntje en een kraskaartje waarvan je per stelling een vakje openkrast. Na zes stellingen geeft de kraskaart aan welke scenario het beste bij je past.

    Als beloning mag je – na inwerping van de munt – uit de pilaar een passend hapje trekken. “We willen mensen laten beseffen: jouw geld heeft invloed”, legt Berber uit. “Met geld maak je keuzes, voor nu en voor de toekomst. En soms schuurt het bij die keuzes en vind je het misschien moeilijk je geld goed in te zetten. Want goedkoop eten maar tegelijkertijd grote stallen afwijzen, dat gaat maar moeilijk samen.”

    Onderdeel van gesprek over de toekomst

    De FoodGame zoals die op de Dutch Design Week wordt gespeeld, heeft vooral tot doel mensen bewust te maken van de invloed van hun keuzes. Maar het spel helpt ook om samen te bepalen welke onderdelen van de verschillende scenario’s het meest aanspreekt. “De kans is groot dat bezoekers scenario’s willen combineren. Zo ontstaat haast vanzelf een toekomst waarin niet langer sprake is van één dominant voedselsysteem, maar van verschillende mengvormen die op gelijkwaardige manier naast elkaar kunnen bestaan.”

    Van weten naar een mening

    Berber studeerde Food Design aan de HAS. Nu ontwikkelt ze samen met Larisse foodconcepten waarmee ze mensen aan het denken hopen te zetten. “Binnen de food gebeurt zoveel. Het begint met te vertellen hoe het werkt. Daarna kan iemand een mening gaan vormen, en beseffen wat de gevolgen zijn van bepaalde keuzes. Als dat uiteindelijk resulteert in gedrag waarmee we met z’n allen sneller de stap naar een evenwichtig en duurzaam voedselsysteem weten te zetten, dan is dat alleen maar mooi.”

     

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Studenten promoten Foodgame

    Met de Foodgame Brabant denken we na over het voedsel van de toekomst. Maar hoe denken jongeren eigenlijk over het voedsel van 2040? Dat gaan wij onderzoeken! We willen vooral de fantasie van jongeren prikkelen. Dit bereiken we door middel van goede online & offline promotie!

    daph marjo charWij, Marjolein, Daphne, Charlotte en Thijn, werken mee aan het project Foodgame Brabant (Bite in to the Future), en dat vinden wij super leuk! We studeren media- en evenementenmanagement aan het SintLucas in Eindhoven. We leren bijvoorbeeld hoe we evenementen moeten organiseren van A tot Z, en leren creatief denken op allerlei gebieden.

    Via school hebben we dit externe project gekregen. We zijn er nu een paar weken mee bezig en hebben al flink wat gebrainstormd. Ons doel is om de Foodgame tijdens de Social Innovation Week en Dutch Design Week goed online/offline te promoten, en om zo veel mogelijk mensen aan het denken te zetten over het eten van de toekomst. Ons is natuurlijk ook gevraagd wat wij denken te eten over 30 jaar. We hebben allemaal verschillende meningen hierover en het is super interessant om er over na te denken en informatie over op te zoeken.

    De Dutch Design Week is bij ons om de hoek, en we willen daarom zo veel mogelijk jongeren enthousiast maken voor dit evenement. Natuurlijk hopen we dat iedereen dan ook even een kijkje komt nemen bij de stand van de Foodgame Brabant (Bite in to the future), en zijn mening komt geven over de toekomst van voedsel.

    We hebben een Facebook– en Instagram-pagina waar we van alles vertellen over de verschillende scenario’s van de Foodgame, wat onze meningen daarover zijn, informatie over de evenementen en nog veel meer! Ook maken we foto’s en video’s achter de schermen via Snapchat. Zo kan je een goed beeld krijgen over onze functie binnen dit project en triggeren we je hopelijk met de vraag: wat eten wij in het jaar 2040?

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Van regio naar interactieve kaart

    Sophie Drijver en Martijn Noomen studeren Geo Media & Design aan de HAS. Ze leren hoe ze geografische data moeten vertalen naar beeld, zoals infographics, websites of een app. Precies wat de FoodGame Brabant nodig had. Samen met 14 collega’s zijn ze er 10 weken ingedoken.

    Van fase 1 naar fase 2: hoe staat het met het spel?

    In het najaar van 2016 gingen studenten voor het eerst met de FoodGame aan de slag. Zij beschreven vier extreme scenario’s als de toekomst van ons voedsel:

    • de klassieke regio: vervuilde regio met uitgeputte energiebronnen?
    • de efficiënte regio: obesitas door overproductie en digitalisering?
    • de geautomatiseerde regio: kan zonder energie niet bestaan?
    • de zelfvoorzienende regio: schone regio met honger?

     

    In november begon fase 2, met 16 studenten van Geo Media & Design. Hun opdracht: werk voor elke regio een keten uit. Bijvoorbeeld de vleesketen voor de geautomatiseerde regio: welk effect heeft dit scenario op deze keten? Oftewel: welke grondstoffen zijn beschikbaar, hoeveel water hebben we nodig, en welke fabrieken en gebouwen staan er in ons landschap?

    De studenten hebben dit op een inzichtelijk manier uitgewerkt met legoblokje van verschillende kleuren en grootte. Daarnaast hebben ze interactieve kaarten gemaakt met infographics.

     

    In gesprek met Sophie en Martijn

    Hoe is dat, denken over de toekomst?
    Sophie:
    “We moesten heel veel aannames doen, dat vond ik moeilijk. En natuurlijk wordt de toekomst nooit zoals deze extremen. Maar ik denk dat elke regio elementen heeft die we in de toekomst gaan zien. En daarom is het toch nuttig. Mensen kunnen kijken naar de kaarten en inspiratie opdoen: zo zou het kunnen worden. Ik ben zelf heel enthousiast over de geautomatiseerde regio. Alles gebeurt met techniek: hyperloops, vleescartridges die bezorgd worden door drones. Het klinkt futuristisch, maar met sommige technieken wordt nu al geëxperimenteerd. En dit scenario put onze omgeving niet uit, zoals de klassieke regio.”

    Martijn:
    “Elke groep heeft twee regio’s uitgewerkt. Maar uiteindelijk kwamen die aparte eenheden wel als een geheel bij elkaar. Het was mooi om te zien dat dat lukte.”

    En wat vond de gemeente van jullie werk?
    Sophie:
    “Iedereen was enthousiast over onze presentatie. De wethouder vertelde dat hij dingen had gehoord waar de gemeente al mee bezig is, dus dat geeft wel het idee dat we het goed hebben gedaan. En er waren tijdens de presentatie meer mensen dan verwacht. Die aandacht maakt me blij en ook wel trots. Dit was ons eerste project voor een echte opdrachtgever. Er wordt nu ook echt iets met onze resultaten gedaan, en dat is leuk.”

    Waren er verrassende uitkomsten?
    Martijn:
    “Ja, we hadden bijvoorbeeld niet verwacht dat het in de zelfvoorzienende regio zo groen zou worden. En dat er vrijwel geen infrastructuur nodig zou zijn, heel anders dan nu.
    Opvallend was ook dat bepaalde aspecten in de efficiënte regio net zo uitpakken als in de klassieke regio, terwijl we die laatste eigenlijk als worst case-scenario zagen. Zo is men in beide regio’s niet bezig met het opwekken van energie.”

    Sophie:
    “De klassieke regio viel het meest op als je kijkt naar de effecten op de keten. In deze regio zijn mensen zo druk bezig met het winnen van grondstoffen en voedsel, dat niemand nadenkt over het gevolg: bodemdegradatie. Daardoor wordt deze bodem minder bruikbaar voor de toekomst, wat alleen maar in het nadeel werkt voor de regio.”

    De studenten uit fase 2 hebben de vier regio’s uitgewerkt.

    Wat vonden jullie moeilijk?
    Sophie
    “Ik vond het in het begin wel moeilijk om in extremen te denken. We dachten niet genoeg out-of-the-box. Je moet denken aan dingen die nu nog niet bestaan, dat is best lastig!”

    Martijn:
    “En het was moeilijk om er precies achter te komen wat de vorige groep had gedaan. En wat de opdrachtgever nu precies van ons wilde. Paul had het allemaal in zijn hoofd, wij moesten het er met de goede vragen uitkrijgen. Maar uiteindelijk is dat gelukt!”

    Wat nemen jullie mee?
    Sophie:
    “Ik heb heel veel geleerd, dingen die ik in mijn nieuwe project  nu ook gebruik. Bijvoorbeeld dat het heel belangrijk is om samen een goede planning te maken, dat was nieuw.”

    Martijn:
    “En het out-of-the-box-denken, dat gaan we vaker nodig hebben. Net als het denken over de toekomst, dat je altijd breder moet kijken dan de werkelijkheid van nu.”

    Vervolg: fase 3

    De laatste fase, fase 3, start in mei 2017 met studenten van SintLucas, een school met creatief-technische opleidingen. De studenten gaan fase 1 en fase 2 samenbrengen in toekomstbeelden en het spel afmaken. Paul van Zoggel: “We laten ons graag verrassen door hun creativiteit in game art , 3D-modelling en programmeren in game engines. Die creativiteit is nodig om spelers straks echt in tien minuten een regio in 2040 te laten ervaren.”

    Download het rapport over de klassieke en zelfvoorzienende regio (pdf) >
    Download het rapport over de efficiënte en geautomatiseerde regio (pdf) >

    Ga naar de infographic van de klassieke regio >
    Ga naar de infographic van de zelfvoorzienende regio >
    Ga naar de infographic van de efficiënte regio >
    Ga naar de infographic van de geautomatiseerde regio >

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • FoodGame Brabant: lego om keten zichtbaar te maken

    FoodGame Brabant gaat een tweede fase in. De vier scenario’s zijn uitgewerkt. Nu gaan 16 studenten van Geomedia & Design interactieve kaarten maken van ketens in die scenario’s. Het middel: legoblokjes.

    Wat gebeurde er?

    Dit najaar maakten studenten een begin met de FoodGame in de minor Werk aan Wereldwijde Voedseldialoog. Zij hebben de kenmerken van ons voedselsysteem in 2040 uitgewerkt in vier extremen: lineaire economie tegenover circulaire economie en tech tegenover touch (werkgelegenheid). Er zijn nu vier scenario’s als basis van het spel: de klassieke regio, de efficiënte regio, de geautomatiseerde regio en de zelfvoorzienende regio.

    De vier regio's van FoodGame Brabant.

    De vier regio’s van FoodGame Brabant.

    Interactieve kaarten maken met lego

    Nu is een nieuwe groep studenten aan de beurt. Deze studenten gaan interactieve kaarten maken van vier ketens in de vier scenario’s. Die ketens zijn de diervoederketen, de vleesketen, groenteketen en de zuivelketen. Welke grondstoffen heb je nodig om 20.000 mensen te voeden? En wat betekent het voor je bodem, water, energie, infra?

    “Hoeveel blokjes grondstoffen hebben we, hoeveel blokjes hebben we aan het eind van de keten nodig om iedereen te eten te geven?”

    De studenten gaan hun bevindingen op de kaart zichtbaar maken met een soort legoblokjes. Paul van Zoggel, Geodan: “1000 mensen voeden is bijvoorbeeld een blokje van 1×1. Een hectare graan een gele plaat van 10×10 punten. Alle blokjes bij elkaar zijn het verhaal. De studenten werken aan zogenaamde informatiewaardeketens. Hoeveel blokjes grondstoffen hebben we, hoeveel blokjes hebben we aan het eind van de keten nodig om iedereen te eten te geven? Ieder scenario krijgt zo data gedreven ketens die binnen de kenmerken van een scenario passen.”

    “Het zijn vier verhalen die in het extreemste geval niet wenselijk zijn. Daartussenin zit de nieuwe werkelijkheid.”

    Nieuwe werkelijkheid ligt tussen extremen

    Het doel is niet om één scenario als winnaar uit de bus te laten komen. “Het gaat om contrast schetsen, extreme bandbreedten bepalen. Elk scenario heeft risico’s. Als we niets doen, zoals in de klassieke regio, of efficiënter gaan werken raakt de bodem uiteindelijk alsnog uitgeput. Als robots het werk gaan doen, hebben we zelf geen werk meer. Maar als we puur zelfvoorzienend worden, hebben we dan geen honger? Het zijn vier verhalen die in het extreemste geval niet wenselijk zijn. Daartussenin zit de nieuwe werkelijkheid. Stap 1 is bepalen: wat is de gewenste leefomgeving? Wat willen we, en kunnen we dit met data onderbouwen? Stap 2 is: hoe faciliteren we deze wensen? Welke wetten moet de overheid wellicht daarvoor aan gaan passen?”

    Schone lei biedt kansen

    Deze werkwijze past goed bij de visie van FoodUp. Beginnen met: wat hebben we nu, en welke innovaties zijn er? En dan kijken: als we met een schone lei zouden mogen beginnen, hoe zouden we het dan gaan doen? Van Zoggel: “Kijk maar eens naar Microsoft versus Apple. Microsoft moet altijd compatibel met eerdere investeringen zijn. Apple zag ineens zoveel toekomstige innovaties dat ze software en hardware met een schone lei zijn gaan ontwerpen. Deze strijd en dialoog hebben ervoor gezorgd dat iedereen nu een smartphone heeft. Ik denk dat dit in het food-, infra- en energiedomein ook kan: naast verder innoveren ook hier en daar gewoon ‘effe’ opnieuw beginnen.”

    Op 31 januari presenteren de studenten hun resultaten. Daarna wordt het stokje overgegeven aan studenten van Sint Lucas, die de legoblokjes gaan vertalen in 3D-objecten.

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Gamen als serious business

    De HAS-minor ‘Wereldwijde Voedseldialoog’ is van start: 50 studenten buigen zich over allerlei voedselvraagstukken. Eén team werkt aan een Foodgame Brabant. Spelletjes maken op school, klinkt niet echt als serious business. Maar dat is het wel.

    Serious gaming’ – daar hebben we het over – is een spelletje met een ander doel dan puur vermaak alleen. FoodUp! Brabant wilde weleens uitzoeken wat dat serious gaming voor de Brabantse voedseltransitie kan betekenen. ICT-bureau Geodan, betrokken bij het nieuwe HAS-lectoraat Location Intelligence (over slim omgaan met data), had nog een game op de plank liggen. De gemeente Oss was wel te porren voor een nieuw experiment. En zo was een studentenopdracht geboren.

    “Eerst denken ze: moet dit nou? Maar na een half uur zitten ze er helemaal in en willen ze winnen.”

    Game is ijsbreker

    Geodan ontwierp het spel oorspronkelijk voor Rijkswaterstaat. In het spel ontdekken bestuurders vier extreme toekomstscenario’s en bepalen ze de impact van ontwikkelingen op die scenario’s. Het werd een groot succes, aldus Paul van Zoggel van Geodan.

    Geodan Spel RWS 2

    Opstelling spel bij Rijkswaterstaat, bron: Geodan

    Het spel is niet alleen geschikt voor vergaderende bestuurders, maar voor elk vraagstuk waarin verschillende partijen een rol hebben, aldus Van Zoggel. “Het gaat echt om de discussie. Iedereen komt met zijn eigen belang maar gaat weg met een gezamenlijk idee. Het is een ijsbreker.”

    Denken in extremen = nieuws ontdekken

    En daar wilde de gemeente Oss ook wel eens van proeven. Serious gaming? Ze moest het even opzoeken, vertelt beleidsmedewerker Cindy Hagenstein. Even na de Brexit raakte ze overtuigd. “Wat over de grens gebeurt heeft snel gevolgen voor je lokale economie. Maar de wereld is tegenwoordig zo chaotisch, de toekomst is nauwelijks nog te voorspellen. Met dit spel kun je je op een prikkelende manier, met de wetenschap van nu, voorbereiden op de toekomst: hoe zou die er in het extreme geval uit kunnen zien?”

    “Hebben we straks alleen nog knuffelboeren of gaan robots alles van ons overnemen? En wat betekent dat dan voor onze banen?”

    De gemeente, die al veel in kaart liet brengen over de agrofoodsector, is nu specifiek geïnteresseerd in werkgelegenheid. “Hebben we straks alleen nog knuffelboeren of gaan robots alles van ons overnemen? En wat betekent dat dan voor onze banen? Door in extremen te denken ontdek je banen die je anders over het hoofd had gezien.”

    Samen verder aan de slag

    Geodan Spel RWS 1

    Studenten gaan in estafette met de FoodGame aan de slag. Fase 1 is nu van start. De studenten – twee voedingsmiddelentechnologen (Rodieke Teeuwen en Remko Stolte), een student van Food Innovation (Romana den Engelse) en een student van Geo Media en Design (Stan Keukens)– gaan het bestaande spel nu vullen met nieuwe inhoud: kenmerken van 2040. De scenario’s: lineaire economie tegenover circulaire economie en tech tegenover touch (werkgelenheid). Spelers moeten straks verschillende ontwikkelingen langs de assen zetten. Bijvoorbeeld: ‘Iedereen krijgt een moestuin’. De vraag is dan: heeft deze ontwikkeling impact op de scenario’s, zo ja, welke, en hoe lang gaat het duren? Daarna volgt een discussie: op welk onderwerp gaan we nu doorpakken? Dus: gezamenlijk van abstract naar impact naar actie.

    Creatieve geesten met passie voor voedsel

    En waarom is het leuk om dit met studenten te doen? Hagenstein heeft het volste vertrouwen in ze: “Ik heb net met 2 van de 4 studenten kennis gemaakt. Ik heb ze gezegd: ‘Volg je gevoel. Als je denkt, dit is een kans, verwerk het dan.’ We werken vaker met de HAS. Studenten hebben een ander netwerk, komen op een andere manier aan hun informatie. Ze hebben een jonge geest, zijn creatief en denken minder in vaste patronen. En het belangrijkste: ze hebben een passie voor voedsel!”

    Lees meer over de HAS-minor Wereldwijde Voedseldialoog op onze projectenpagina >

    Lees meer Sluiten

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *