Transitie-ambitie: Onno van Eijk

Transitie is beweging, maar als je voorschrijft: die kant moet je op, krijg je weerstand. Ik hoorde eens een bestuurder zeggen: alles moet bio. Het verstarde meteen. Boeren zouden zelf moeten kiezen: wat zijn vragen uit de maatschappij en welke keuzes passen bij mij? Dan gaan we het hardst vooruit.

In deze serie vertellen deelnemers aan de FoodUp! Transitie Tafel over hun dromen en ambities. In deel 6: Onno van Eijk.

 

Wie is Onno?
Onno is senior adviseur bij Imagro. Hij werkt aan nieuwe perspectieven in de agro en food. De ene dag werkt hij bij een provincie aan nieuw beleid voor een duurzame veehouderij, de andere dag helpt hij melkveehouders of grote bedrijven om te gaan met nieuwe vragen uit de maatschappij.


 

Economische biodiversiteit maakt wendbaar

Bij de Transitie Tafel ziet iedereen dat er een omslag aankomt, maar onze visies verschillen. En dat maakt het juist zo waardevol.

“Dat leren we van de natuur: alleen met verscheidenheid kunnen we ons aanpassen aan de veranderende wereld”

Ik geloof in economische biodiversiteit. We bevinden ons in een tijd waarin veranderingen elkaar in hoog tempo opvolgen. We moeten wendbaar zijn. Als je maar één systeem hebt, moet je het hele systeem veranderen. Dat gaat langzaam. We moeten dus blij zijn met nieuwe modellen in de agrofood. Dat leren we ook van de natuur: alleen met verscheidenheid kunnen we ons aanpassen aan de veranderende wereld. Kracht uit diversiteit betekent leren van verschillen.

Diversiteit uitdragen

Ondernemers moeten dus een richting kiezen die bij hen past. Dat kan een niche zijn of juist produceren voor de wereldmarkt. Maar het is hoe dan ook knetterhard werken. Je moet altijd de beste zijn, weten voor welke markt je produceert en in welke omgeving je dat doet. Maar diversiteit helpt uiteindelijk iedereen vooruit.

Als je die diversiteit tenminste samen uitdraagt. Ik werk met een groep melkveehouders. Ze zijn allemaal heel verschillend: van gangbaar tot bio, van 60 tot 250 koeien. Ze wilden hun verhaal vertellen. Maar veel te vaak is dat een verhaal ten koste van iemand anders. Als je zegt: mijn CO2-footprint is kleiner dan die van de bioboer, dan haal je je buurman onderuit. En andersom kan dat ook gebeuren. Je kunt beter laten zien hoe ieder op zijn eigen manier bijdraagt aan een gezonde, duurzame voedselproductie. Die melkveehouders zagen dat in. ‘Wij zijn allemaal melkveehouder en dragen stuk voor stuk bij aan het gebied, aan de natuur, aan melk in de schappen. Dat doen we alleen niet op dezelfde manier.’ Samen dragen ze de kracht van de diversiteit uit, en vertellen ze het verhaal van het gebied. Dat maakt me vreselijk blij.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *