Transitie-ambitie: PJ Beers

Je weet nooit of een verwachte transitie echt gaat plaatsvinden. Je kunt wel kijken naar de druk om te veranderen. Dan zie je dat het economische én het maatschappelijke draagvlak voor het huidige voedselsysteem afbrokkelen. Mijn zorg: hoe houdt de Brabantse boer in een internationale wereld het hoofd boven water?

In deze serie vertellen deelnemers aan de FoodUp! Transitie Tafel over hun dromen en ambities. In deel 8: PJ Beers.

Foto: Karin Jonkers

Wie is PJ?
PJ is lector Nieuwe Business Modellen voor Landbouw- en Voedseltransitie aan de HAS Hogeschool. Hij werkt aan nieuwe businessmodellen die verder gaan dan enkel economische gewin en een perspectief geven voor de voedseltransitie.


 

Mijn droom is een mooie, sterke landbouwsector, die samen met de samenleving zorgt voor gezond voedsel, rekening houdt met klimaat en milieu en op een eerlijke manier gebruik maakt van grondstoffen. Er zijn veel uitdagingen. Diervoeders bijvoorbeeld. Feed concurreert vaak met food en heeft veel invloed op klimaatverandering. Hoe verduurzamen we diervoeding zonder dat de kosten de pan uitrijzen? Kunnen we concurrerend blijven in het Europese speelveld, of moeten we juist naar meer lokale, hoogwaardige producten?

Een internationale wereld

We importeren veel en exporteren nog meer. De hedendaagse gangbare landbouw is daar keihard aan gebonden. Die kan zich niet beperken tot het Brabantse; de meeste productie is voor het buitenland.

“Boer en burger moeten samen aan tafel. En dan niet alleen kijken waar het schuurt maar ook onderzoeken: waar raken de belangen en wensen elkaar?”

Ik kan me voorstellen dat de toekomst voor Brabantse veehouders heel bedreigend kan zijn. In het buitenland zijn de kosten lager, de regels minder. En tegelijkertijd staat het dominante model – meer produceren tegen een lage prijs – echt onder druk. Er moet dus iets veranderen. Sommige bedrijven zijn er heel goed in: efficiënt werken, met oog voor het milieu, voor een goedgevulde beurs. Maar dat lukt lang niet iedereen. Hoe houden die andere bedrijven het economisch vol? Of er komt een transitie, of bedrijven gaan verdwijnen.

“De overheid kan nog veel meer doen aan het stimuleren van innovatief ondernemerschap. Vertellen waar we trots op zijn.”

Vooralsnog zie ik nog niet veel structurele verandering – het aantal dieren blijft min of meer constant, het aantal boeren neemt af. Dat roept bij mij een beeld op van een sterfhuisconstructie. Dan los je de milieuproblemen langzamerhand wel op, maar ik moet er persoonlijk toch niet aan denken.

Innovatieve ondernemers faciliteren

Boer en burger moeten samen aan tafel. Het begint met het goed in kaart brengen van de problemen. En dan niet alleen kijken waar het schuurt maar ook onderzoeken: waar raken de belangen en wensen van boer en burger elkaar? Waar kun je elkaar wel vinden? Dat is moeilijk in knelsituaties, maar kan heel goed met vooruitstrevende ondernemers. Ondernemers zoals van Kipster, met een radicaal andere visie.

Wat mij betreft ligt daar ook een uitdaging voor de overheid. FoodUp! is in dat opzicht een mooie eerste stap in de goede richting. Maar de overheid kan nog veel meer doen aan het stimuleren van innovatief ondernemerschap. Zodat we het steeds vaker hebben over wat we wel willen in plaats van wat we niet willen. En vertellen waar we trots op zijn.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *