Agroforestry: goed voor de natuur, maar ook voor de boer

Steeds meer mensen – boer en burger – combineren landbouw met natuur. Gerommel in de marge of een serieus alternatief voor het huidige landbouwsysteem?

Het enthousiasme over natuurinclusieve landbouw werkt aanstekelijk. Agro-ecosystemen waarin ons eten weelderig groeit, waar het gonst van het leven en waar de bodem vruchtbaar is: je kunt er niet tegen zijn. Maar kan een boer hier zijn boterham mee verdienen? Gaat het de wereld voeden?

In Wageningen denken ze van wel. Als het om agroforestry gaat althans. Agroforestry combineert landbouw met bomen. Vergeet even het (populaire) voedselbos, want de systemen verschillen in essentie van elkaar, vindt Fogelina Cuperus, onderzoekster duurzame teeltsystemen aan Wageningen Universiteit & Research. Voedselbossen, dat zijn redelijk dichtbegroeide systemen met planten in meerdere lagen. Agroforestry is agro, landbouw dus. Het systeem werkt met stroken van eenjarige gewassen afgewisseld met stroken houtige gewassen. In feite kan het om maar twee gewassen gaan, zoals walnoot met graan.

Het begon met strokenteelt

De onderzoeksgroep van Fogelina, geleid door Wijnand Sukkel, begon zo’n tien jaar geleden met onderzoek naar strokenteelt. Twee gewassen wisselen elkaar af in stroken van bijvoorbeeld 3 of 6 meter. “Dat blijkt een enorm positief effect te hebben op de bovengrondse biodiversiteit. Ook de gewasopbrengsten zijn in veel gevallen gelijk of zelfs beter dan in monocultuur; in het buitenland is dit al vaker beproefd. Bovendien is werken in stroken voor een boer vaak praktisch goed te doen met de huidige landbouwtechnieken en mechanisatie.”

En juist dat maakt het kansrijk: hier kan de boer wat mee.

Hypothese: bomen werken beter

Strokenlandbouw is al een stap in de ‘groene’ richting, maar een teelt wordt duurzamer als je ook houtige gewassen in de grond zet, vermoeden de onderzoekers. Bomen bieden bijvoorbeeld jaarrond schuilmogelijkheden en voedselaanbod voor diverse soorten dieren. Maar ze helpen de boer ook. Bomen hebben de potentie om de plaagdruk te verminderen omdat ze nuttige insecten aantrekken, zodat de boer wellicht in de toekomst minder hoeft te spuiten. Ze werken ook als nutriëntenpomp: bomen wortelen dieper en breder dan eenjarige gewassen en halen voedingsstoffen naar boven die ook voor andere gewassen beschikbaar komen. En bomen zorgen voor een gunstiger microklimaat.

Tot zover de theorie.

Visualisatie van agroforestry, Wageningen Universiteit & Research

Van theorie naar praktijk

Fogelina en haar collega’s onderzoeken nu hoe agroforestry werkt in de praktijk. Het gaat dan om de levering van diverse ecosysteemdiensten, over de gewassen en hun opbrengsten, maar ook over de praktijk bij de boer.

De vragen zijn divers van aard. Ontwikkelen mechanisatie en robotica zich snel genoeg om efficiënt te kunnen werken? Moeten boeren, kwekers en telers – met hun specialistische kennis van monoculturen – misschien samen gaan werken, en zo ja, hoe regel je dat dan? Wil de markt de spinazie nog wel hebben als er afgevallen boombladeren tussen zitten?

Een andere uitdaging is wet- en regelgeving, want die sluit nu nog niet aan bij de agroforestry-praktijk. “De vraag is bijvoorbeeld of je als boer nog in aanmerking komt voor de Europese landbouwsubsidie. Ook loop je nu nog het risico dat een perceel met bestemming landbouw wordt herbestemd naar natuur als je er bomen op zet. Dan wordt de grond veel minder waard.”

En dan is er nog geld. Dat begint al met de investering, aldus Fogelina. “Die is behoorlijk. Wie gaat dat betalen? Bovendien moet je als boer kostbare grond beschikbaar stellen, voor een rij bomen die pas over jaren fruit geeft.”

Terug naar vroeger

Toch gelooft Fogelina in de kansen van agroforestry. De bodemvruchtbaarheid van onze landbouwgronden neemt af, de biodiversiteit op het platteland ook en een kritische maatschappij roert zich. Agroforestry komt aan veel uitdagingen tegemoet, en daar moet ook een verdienmodel aan te hangen zijn. “We hebben nu nog geen goed financieel systeem om ecosysteemdiensten te waarderen, zoals de bijdrage van boeren aan biodiversiteit of het opslaan van CO2. Maar als dat er komt, dan heeft dit echt toekomst.”

Visualisatie van agroforestry, Wageningen Universiteit & Research

En alle onzekerheden ten spijt: ook boeren hebben al oren naar het concept. Adviseur Piet Rombouts is betrokken bij het Agroforestry Netwerk Brabant, dat samenwerkt met de onderzoeksgroep van Fogelina. Zo’n 40 boeren zijn inmiddels aangesloten. Hun motivatie gaat verder dan het al dan niet verdienen van meer geld. Piet: “Boeren zijn op zoek naar duurzame nieuwe inkomstenbronnen die aansluiten bij de maatschappelijke vraag.”

En er zijn nog zoveel kansen te ontdekken. Binnenkort gaat er een nieuw project van start over water, in samenwerking met het waterschap. Piet: “Boeren denken nu vaak dat bomen een verdrogend effect hebben. Maar als je meerdere bomen plant zorgen ze juist voor minder verdamping.”

Op een bepaalde manier is agroforestry trouwens helemaal niet ze vernieuwend, merkt Piet nog op. We kunnen daarbij ook leren van over de grens. “Vandaag zat ik met Colombianen aan tafel. Hun oren vallen van hun hoofd als je vertelt dat agroforestry in Nederland iets nieuws is. Ooit wisten we het zelf natuurlijk ook allemaal wel – kijk maar naar de boomgaarden – maar we zijn het in de loop van de jaren allemaal weer kwijtgeraakt.”

Wil je meer weten over het Agroforestry Netwerk Brabant, neem dan contact op met Piet via piet@romboutsagroeco.nl

Proefveld, Wageningen Universiteit & Research

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *